Hoe start je een boekenclub op school?

Hoe doe je dat, een boekenclub opstarten op school? Om eerlijk te zijn, geen idee. Ik doe ook maar wat, laat dat duidelijk zijn. Elke bijeenkomst is een leermoment. In dit artikel deel ik alvast enkele tips & tricks, op basis van wat ik tot nu toe heb geleerd.

TIPS & TRICKS

  1. Verzamel leerlingen
  2. Uiteraard moet je je leerlingen warm maken. Zelf enthousiast zijn over boeken is een must. Ik heb een Instagramaccount voor mijn leerlingen, waarop ik reclame heb gemaakt. Daarnaast heb ik ook via Smartschool de boekenbende gepromoot. Een toffe flyer, een wervende boodschap, een leuke foto: het kan allemaal helpen.

  3. Laat de leerlingen zich aan elkaar voorstellen a.d.h.v. hun lievelingsboek
  4. De eerste bijeenkomst heb ik de leerlingen zichzelf laten voorstellen aan de hand van hun lievelingsboek. Zo kwam het gesprek meteen goed op gang. We kwamen meer te weten over elkaars leesvoorkeuren.

  5. Stel een leeslijst op
  6. Tijdens diezelfde eerste bijeenkomst hebben we al geprobeerd om een leeslijst samen te stellen aan de hand van onze voorkeuren. Dat was een beetje puzzelen en zoeken en stemmen, maar het is toch gelukt. Achteraf bekeken is enige sturing van de leerkracht zeker niet overbodig. Ik zou de volgende keer toch al zelf meer titels durven voor te stellen.

  7. Bepaal de agenda
  8. Je leerlingen geven zelf goed aan wat voor hen haalbaar is qua planning. Wij komen één keer per maand samen tijdens een middagpauze. Dat is kort en bondig. In de toekomst plannen we wel een uitstapje of een namiddagactiviteit.

VERLOOP

Hoe de bijeenkomsten precies verlopen, hangt in mijn geval een beetje af van het gelezen boek. Het helpt sowieso om een aantal vaste ‘boekenvragen’ te hebben. Denk aan vragen als: Wat betekent de titel? Kon je je identificeren met een personage en waarom? Welk personage ergerde je? Welke hoofdthema’s kon je onderscheiden? Hoe worden die uitgewerkt door de auteur? Wat vind je van de schrijfstijl? Daar heb ik gesprekskaartjes van gemaakt.

Ik probeer ook steeds een creatieve manier van bespreken te zoeken, afhankelijk van het boek dat we lezen. We hebben bijvoorbeeld De boekendief van Mark Zusak gelezen, waarin een personage een boekje maakt van oude blaadjes papier die hij wit schildert en betekent. Ik heb dan hetzelfde gedaan voor mijn leerlingen, namelijk pagina’s uit een oud kringloopboek gescheurd, ze wit beschilderd en de leerlingen er een tekening of een mooie passage op laten zetten. Dit bundelden we dan zelf tot een boekje. Er zijn ook een paar ideeën die ik tot nu toe nog niet heb kunnen uitwerken: een auteur uitnodigen bijvoorbeeld, of een uitstap maken.

Ik maakte ook een padlet waarop alle data worden gepost, samen met de leeslijst, maar ook allerlei boekenquotes en de foto’s die ik van mijn bendeleden maakte. Ik heb hen namelijk allemaal gefotografeerd als in een mugshot, waarop ze een ‘boekenmisdaad’ bekenden – je vindt op deze pagina enkele voorbeelden. Daarnaast heb ik ook een eigen logo, gemaakt door een bevriende illustratrice. Dat hangt in posterformaat in mijn klas en ik heb er ook buttons van gemaakt om aan mijn leden uit te delen. Op die manier wordt lezen in een positief en hip daglicht gesteld – iets wat ik heel belangrijk vind.

Auteur: LAURA BUELINCKX is leraar Nederlands in het Atheneum Vilvoorde. Ze schrijft over de banale besognes van het leven op Ministerie van Hysterie.

———————————————————————–
Op zoek naar meer inspiratie voor je lessen Nederlands? Abonneer je gratis op het vaktijdschrift Fons en krijg 3 keer per jaar frisse lesideeën thuis in je brievenbus.

10 boeiende podcasts voor leraren Nederlands

Sporten, de bus nemen naar het werk of eindelijk die mand strijk erdoor jagen: steeds meer mensen doen het met een podcast in de oren. Podcasts, een soort online radioprogramma’s, worden immers steeds populairder. Je kunt ze online beluisteren, zowel op je computer als op je smartphone. Ook voor leraren Nederlands valt er veel boeiend luistervoer te rapen. Fons selecteerde alvast z’n tien favorieten.

  1. DE GROTE VRIENDELIJKE PODCAST
  2. Bas Maliepaard en Jaap Friso zijn twee Nederlandse recensenten van jeugdboeken, die in september 2018 De Grote Vriendelijke Podcast lanceerden: een podcast waarin ze maandelijks nieuwe kinderboeken bespreken en aandacht besteden aan de ontwikkelingen in de jeugdliteratuur. Ze ontvangen ook telkens een kinderboekenauteur, vertaler of illustrator, met wie ze een uitgebreid gesprek hebben over zijn of haar werk. Maliepaard en Friso startten met de podcast omdat ze merkten dat er weinig aandacht was voor jeugdliteratuur in de reguliere media, terwijl er zo veel interessante en boeiende kinderboeken verschijnen. Met dit nieuwe platform hopen ze die meer in de kijker te kunnen zetten.

    Meer weten of luisteren?

    Degrotevriendelijkepodcast.nl

  3. BUITEN DE KRIJTLIJNEN
  4. Rinke Vanhoeck, van wie je in Fons 8 ook een artikel kunt lezen, is momenteel aan z’n tweede schooljaar bezig als leraar Nederlands en geschiedenis in het secundair onderwijs. Dat zorgt voor heel wat uitdagingen, vragen, inzichten en ideeën, die hij graag met de buitenwereld deelt via de blog Buiten de krijtlijnen. Aan die blog hangt ook een boeiende podcast vast, waarin hij op zoek gaat naar de antwoorden op alle vragen die hij zich stelt. In elke aflevering gaat hij zo in gesprek met een boeiende gast.

    Meer weten of luisteren?

    Buitendekrijtlijnen.wordpress.com/podcast/

  5. UNIVERSITEIT VAN VLAANDEREN

  6. Bij de Universiteit van Vlaanderen geven inspirerende professoren en onderzoekers in colleges van 15 minuten het antwoord op een prikkelende vraag. Ze delen meteen ook de spannendste inzichten uit hun vakgebied. Misschien ken je de video’s van Universiteit van Vlaanderen al -of gebruik je ze zelfs in je lessen- maar wist je dat je de afleveringen ook via een podcast kunt (her)beluisteren?

    Meer weten of luisteren?

    Universiteitvanvlaanderen.be

  7. KLARA

  8. Klara ken je wellicht als dé radiozender in Vlaanderen voor klassieke muziek. Maar wist je dat Klara ook tal van boeiende podcasts maakt? Die bestrijken allerlei onderwerpen, met een bijzondere voorliefde voor muziek en vooral ook geschiedenis. Denk bijvoorbeeld aan Het Verlies van België, waarin Johan Op de Beeck het Koninkrijk der Nederlanden fileert, of het dezer dagen (terecht) bejubelde De Bourgondiërs van Bart Van Loo. Maar ook voor taal- en literatuurliefhebbers valt er heel wat te rapen, met podcastreeksen over bijvoorbeeld Jane Austen, Hugo Claus, Simone de Beauvoir en Lewis Carroll.

    Meer weten of luisteren?

    Klara.be/podcasts-en-downloads

  9. BOEKEN FM

  10. Meer literatuur in Boeken FM, de podcast van het tijdschrift De Groene Amsterdammer en uitgeverij Das Mag. Iedere maand bespreken auteurs Ellen Deckwitz en Joost de Vries onder leiding van Peter Buurman een actueel, relevant of gewoon steengoed boek.

    Meer weten of luisteren?

    Groene.nl/rubriek/boeken-fm

  11. BENDE VAN HET BOEK

  12. Wie nog meer nood heeft aan aanstekelijke liefde voor literatuur, wordt op z’n wenken bediend door de Bende van het Boek. Sara en Trees begonnen in het najaar van 2016 met enkele vriendinnen een boekenclub, maar wilden al snel meer. Daaruit kwam een podcast voort, waarin ze het telkens hebben over de boeken die hen op dat moment het meest boeien of beklijven. Dat gebeurt overigens – net als hier bij Fons – nooit op een lege maag: de boekbesprekingen gebeuren steevast met taart en thee bij de hand.

    Meer weten of luisteren?

    Bendevanhetboek.com

  13. OPGEJAAGD
  14. Opgejaagd gaat over onderwijs, maar dan vanuit de blik van de ouder – en die is lang niet altijd zo positief. Jennifer Pettersson is een van oorsprong Zweedse radiomaker, die in Nederland terechtkwam en zich verwonderde over hoe het Nederlandse onderwijs in elkaar steekt: overvolle klassen, veel toetsen en bijna de hele dag stilzitten. Dat vond ze zorgwekkend, waarop ze in gesprek ging met andere ouders, leerkrachten en experts en ook dagenlang meedraaide in klaslokalen. Opgejaagd probeert ouders een beeld te geven van wat er zich eigenlijk precies in de klas afspeelt zodra ze hun kinderen hebben afgezet en naar hun werk vertrekken, en dat beeld is niet erg fraai.

    Meer weten of luisteren?

    Vpro.nl/programmas/opgejaagd.html

  15. KENNISNET

  16. Scholen ondersteunen bij een professionele inzet van ICT, dat is de doelstelling van Kennisnet. Geen overbodige luxe, nu de technologische ontwikkelingen steeds sneller gaan en ons onderwijs onvermijdelijk moet volgen om niet achter te blijven. Op Kennisnet vind je naast heel wat interessante artikelen en video’s ook podcasts over actuele onderwerpen in het onderwijs.

    Kennisnet.libsyn.com/

  17. TED TALKS EDUCATION

  18. We hoeven ze je ongetwijfeld niet meer voor te stellen, de TED Talks: korte presentaties waarin mensen ‘de presentatie van hun leven’ geven over een thema waarin ze veel expertise hebben, over een bepaald project of gewoon over iets waarvan ze vinden dat het een idee is dat verspreid moet worden. De lezingen zijn zo toegankelijk mogelijk gemaakt, met concrete en aanschouwelijke voorbeelden. TED staat eigenlijk voor Technology, Entertainment en Design, maar ook over onderwijs zijn er tal van TED Talks gemaakt, waarin gefocust wordt op innovatie en manieren om jongeren op andere manieren tot leren te brengen.

    Player.fm/series/ted-talks-education

  19. EN NU LUISTEREN!

  20. Benieuwd hoe het er eigenlijk écht aan toegaat op school, vanuit het perspectief van je leerlingen? Johannes Visser, die voor de Nederlandse website De Correspondent schrijft over onderwijs maar in de eerste plaats leerkracht Nederlands is, liet vier van zijn leerlingen een schooljaar lang vertellen over hun schoolleven, van toetsweken tot toekomstdromen.

    Podcastluisteren.nl/pod/En-NU-luisteren

Auteur: Steven Delarue

Hoe krijg je de vakgroep in beweging? Meet the N-team.

Gezocht: een educatief recensent, een didactisch designer, een chief HR en een head PR. De leerkrachten Nederlands op het Vrij Handels- en Sportinstituut in Brugge gaan in op een of meerdere van de prikkelende vacatures. Samen vormen ze het N-team. We schuiven aan bij Stijn Devriendt, coördinator en coach van de vakgroep. Wat is zijn geheim?

Jullie hebben een geoliede vakgroep Nederlands op school. Hoe is die ontstaan?
Stijn Devriendt: “Onze school telt veel zorgleerlingen. De directie verzocht ons om – waar mogelijk – een alternatief te vinden voor proefwerken. Want organisatorisch werd het moeilijk om nog meer zorgklassen in te richten. Uit die vraag ontstond een ad- hocwerkgroep en schakelden we uiteindelijk voor meer vakken over op permanente of gespreide evaluatie. Zo kwam er in de proefwerkregeling meer ruimte vrij. Die vernieuwing bracht ons dichter bij elkaar en bood kansen voor het vak Nederlands.”

“Ik heb geleerd om een idee niet te pushen,
om geduldig te zijn.”

Hoe kreeg je de vakgroep mee in de omschakeling naar gespreide evaluatie?
Stijn Devriendt: “Ik zorgde ervoor dat ik goed op de hoogte was van de leerplannen en nieuwe visies op het vak. Daarnaast luisterde ik ook veel naar mijn collega’s, want we zijn allemaal erg verschillend. In onze vakgroep krijgt iedereen de kans om zichzelf te zijn. Ook zijn we een paar keer samen op stap geweest: uit gaan eten, samen gaan bowlen, dat soort dingen. Die teambuilding is belangrijk. Zonder goede sociale relaties is het lastig om elkaar te vinden, samen te werken. En ik heb geleerd om een idee niet te pushen, om geduldig te zijn.”

Welke andere stappen zette de vakgroep?
Stijn Devriendt: “Sommige collega’s stonden wat sceptisch tegenover de overstap naar gespreide evaluatie, en terecht. Ze waren bezorgd dat de nieuwe manier van evalueren hun meer werk zou opleveren. Dat spoorde ons ertoe aan om volop in te zetten op digitalisering. Ook ontwikkelden we een portfolio om leerlingen van 1 tot 6 gespreid te evalueren. En met verticale leerlijnen brengen we nu de vaardigheden in kaart. Die progressie was er nooit geweest als we niet zo intens zouden samenwerken.”

Wat is jouw inbreng als vakcoördinator?
Stijn Devriendt: “Hoe enthousiasmeer ik mijn collega’s? Als lijm van de groep, zoek ik creatieve antwoorden op die vraag. Om te beginnen doopten we de vakgroep Nederlands om tot ‘The N-team’. De eerste vergadering verraste ik het team met een goodiebag: een kruiswoordraadsel, wervelende vacatures voor taken … Soms start ik een vergadering met een ijsbreker. Pas op, al die acties kunnen bedreigend overkomen. Maar opnieuw is geduld belangrijk. Je moet mensen tijd geven om te wennen, ze de ruimte laten om een beetje te ventileren.”

Wat is de kracht van jullie vakgroep Nederlands?
Stijn Devriendt: “Vier keer per jaar hebben we formeel overleg, maar we wisselen ook informeel veel ideeën uit. Onze manier van werken nu zorgt voor een zekere rust. Mensen hebben meer vat op hun werk en de taken worden beter verdeeld. Al zijn we soms nog zoekende. Op onze school zijn er enkele nieuwe, jonge collega’s. Zij zijn gemotiveerd om mee samen te werken en komen met frisse ideeën uit de lerarenopleiding. Met de speelse vacatures spelen we in op elkaars talenten en interesses. Een beetje de UDL (Universal Design For Learning) voor het team (lacht). Dat biedt collega’s de kans om te schitteren in wat ze graag en goed doen.”

“School is uit en we zijn weg. Met een schoolopdracht zou samenwerken vlotter gaan.”

Welke groei zie jij nog mogelijk? Wat is daarvoor nodig?
Stijn Devriendt: “Ik zag een BBC-reportage over het schoolsysteem in Singapore (Time for learning: A day in the Life of a Singaporean Teacher, red.). Daar wordt samenwerken gestimuleerd door overleg in te roosteren. Wij kennen die cultuur niet, en dat ontbreekt wel voor mij. Want als je een doorgedreven samenwerking wil, moet je leerkrachten veel meer dwingen om samen te werke en elkaars mentor te zijn. Hier is school uit en we zijn weg. Met een schoolopdracht zou samenwerken vlotter gaan.
Daarnaast loopt het klassieke onderwijs een beetje op zijn laatste benen. Laatst ontdekte ik de LAB-school in Dendermonde: daar doorbreken ze lesuren, en zetten ze in op vakoverschrijdende projecten, competentieleren en leermodules. Ja, daar droom ik wel van.”

6 tips voor een bloeiende vakgroep Nederlands

  1. Luister naar elkaar en ga een conflict niet uit de weg.
  2. Sta open voor innovatie. Deel dromen en ideeën met elkaar.
  3. Doe af en toe iets leuks samen buiten de schoolmuren. Bouw aan het team.
  4. Investeer in een goede relatie met de directie: je hebt ze nodig.
  5. Vraag de vakbegeleider om ondersteuning en input.
  6. Zorg voor een creatieve noot en een streepje humor. Het mag best plezant zijn!

Fons 8: over evalueren, taalbeleid, podcasts en zoveel meer

Fons8_coverAls je al geabonneerd bent op Fons*, dan viel er deze week normaal een vroeg paascadeautje bij jou in de bus: ons achtste nummer. Het thema is dit keer evaluatie: we gaan aan de slag met de rubric of one, en je krijgt tips om je verbeterwerk drastisch te verminderen. Maar er is ook veel meer, zoals je dat van Fons gewoon bent. Zo selecteerden we de 10 podcasts die je als leraar Nederlands gehoord moet hebben, hebben we boeiende en praktijkgerichte bijdragen over schrijfvaardigheid en poëzie, krijg je 10+1 tips voor een krachtig taalbeleid en starten we onze eigen boekenclub op school.

Ons covermodel in dit achtste nummer is dit keer geen leerling, maar een leraar: Stijn Devriendt, vakcoördinator Nederlands en leraar Duits in VHSI Brugge. Met hem gingen we in gesprek over het N-team, de vakgroep Nederlands op zijn school. Hoe zorg je voor zo’n geoliede vakgroep Nederlands? Devriendt geeft een aantal handige tips & tricks mee.

We wensen je heel veel leesplezier toe met dit inspirerende nieuwe Fons-nummer. Zelf ook zin om in de pen te kruipen? Wij zijn nu al volop op zoek naar bijdragen voor Fons 9! Dat nieuwe nummer valt al in september 2019 bij jou op de mat, en alle bijdragen zijn welkom tot en met 30 juni. Je vindt alle richtlijnen voor auteurs hier. Hopelijk tot binnenkort!

* Ben je nog niet geabonneerd en wil je Fons graag gratis bij jou thuis (in Vlaanderen) ontvangen? Abonneer je dan snel via deze website!

Jeugdboekenmaand 2019: over hoe boeken vrienden zijn

De Jeugdboekenmaand 2019 gaat over vrienden. Over goede vrienden, beste vrienden, verloren en vergeten vrienden. Over vrienden van op school, vrienden van de voetbalclub en vrienden die tegelijk familie zijn. Over oude vrienden, nieuwe vrienden, verre vrienden. En over boekenvrienden.

Er zijn oneindig veel bekende en bijzondere boekenvriendschappen. Geen Jip zonder Janneke, geen Suske zonder Wiske. Wie Vos zegt, zegt Haas. En wat zou er zonder Ron en Hermelien na zeven boeken overblijven van Harry Potter?

Maar hoe zit het met de vriendschap tussen lezers en boeken? Verhalen en personages kunnen niet bestaan zonder hun lezers. Lezers blazen leven in wat anders dode letters zijn. Meer nog: diezelfde lezers sluiten – soms levenslange – vriendschappen met bepaalde personages. Deze Jeugdboekenmaand is hét moment om ook die vriendschap te vieren.

 

Jij bent mijn vriend

Een van onze collega’s heeft een tattoo die op Harry Potter geïnspireerd is. Een paar zwarte lijnen op haar pols maken hen vrienden voor het leven. Een hele generatie groeide op met de tovenaarsknul en zijn gevolg – zo ook de gretige Nederlandse literatuurcritici Ellen Deckwitz, Joost de Vries en Peter Buurman. In hun podcast Boeken FM bespreken ze het fenomeen Potter.

Ze houden van de Potter-boeken, want zo gaat dat met boeken waar je mee groot wordt: daar ben je mee vergroeid, die boeken zijn een deel van je. Voor mijn generatie is dat bijvoorbeeld de Babysittersclub, en dat zal nooit veranderen. Maar dus: Deckwitz, de Vries en Buurman houden van Harry Potter, ook al vinden ze dat het laatste boek eigenlijk te vol zit. Dat brengt hen bij het fenomeen ‘hangout-films’. In zo’n film doet het er eigenlijk niet toe wat er precies gebeurt. Net zoals bij Potterboek zeven, zeggen ze. Je bent tegen dan op een punt gekomen dat je gewoon bij de personages wil zijn. Je wil hen horen praten, je wil met hen rondhangen. Het zijn je vrienden geworden, en bij je vrienden wil je zijn. Liefst elke dag, of toch zo vaak mogelijk. Niet gek dus dat iemand een beetje lacht om alle kritiek die hij op Rowlings laatste heeft: ‘Misschien zeg ik dat maar omdat ik zo graag nóg een boek erbij wou.’

In dergelijke boeken kom je thuis. Het zijn de personages van wie je houdt, zonder enige ironie. Neem bijvoorbeeld Lampje (9+) van Annet Schaap. Het verhaal is tof en de taal staat op punt, maar wat bijblijft is dat meisje dat zo vreselijk haar best doet om de lucifers in de vuurtoren te krijgen, en daar maar niet in slaagt. En het lot van Alaska Young is spannend en intrigerend, maar John Greens klassieker Het Grote Misschien (13+) lees je toch ook om samen met Miles en diens maat de Kolonel wat te lopen lummelen op hun kostschool. Het is trouwens op plekken als de slaapkamer van Miles en de Kolonel dat zo’n boekenvriendschap ontstaat (als je de parallel met hangout-films wil blijven trekken). Niet de wilde achtervolgingen zijn van tel, maar het onderweg zijn, de verloren momenten waarop je vanzelf samen gaat filosoferen of keuvelen. Op zo’n moment blijkt de held van het verhaal trouwens zelden van het onverschrokken soort te zijn, maar eerder een mens die ook maar zijn stinkende best doet. Precies zoals – eerlijk is eerlijk – de meeste lezers. Zo iemand dicht bij je hebben, stelt je gerust. Het is hartverwarmend gezelschap.

IMG_7678_druk (c) Michiel Devijver - voorkeur B
Auteur Bart Moeyaert en actrice en presentatrice Tatyana Beloy zijn dit jaar peter en meter van de Jeugdboekenmaand. Foto: (c) Michiel Devijver.

Niemand is alleen

Misschien is het Harry Potter, misschien is het Lampje of Het Grote Misschien, maar waarschijnlijk is het nog een ander boek: dat ene boek dat je steevast uit de kast trekt als je gezelschap zoekt. Het boek waarvan je de verhaallijn van achter naar voor kan navertellen, maar dat je toch opnieuw leest. Gewoon, omdat je even niet alleen wil zijn.

Boeken, verhalen en personages maken van afzonderlijke mensen een groepje. Dat zegt ook auteur Neil Gaiman, in een lezing uit 2013 die bibliotheekmensen en leesbevorderaars elkaar om de zoveel tijd doorsturen:

Fictie zorgt voor empathie. […] Je ontdekt dat iedereen net zozeer een ‘ik’ is als je zelf bent. […] Empathie is een middel om groepjes van mensen te maken, om ervoor te zorgen dat we méér worden dan alleen maar navelstarende individuen.’

 

Wij begrijpen elkaar

Je herkent jezelf en je vindt iemand die je voortaan bij je wil hebben. Kortom: wie leest, is niet alleen, en dat is precies wat lezen doet. Dat is de kracht van boeken. Maar de échte superkracht zit ‘m in het feit dat al het in- en meeleven met personages het lezen zelf overstijgt. Wat je voor fictieve personages voelt, is voor je hersenen een soort generale repetitie van wat je in het echte leven voor echte mensen kan voelen. Dat zeggen we niet zomaar. Steeds meer neurologisch onderzoek toont dat fictie lezen een krachtig middel is om je empathische vermogen te versterken.

Wie wil niet zoveel mogelijk begripvolle, meelevende en meevoelende mensen? Wie wil geen maatschappij waarvan de burgers zich kunnen inleven in elkaars zorgen en blijheid? Niet voor niks vinden de mensen van het Britse EmpathyLab (dat de empathie bij kinderen wil versterken via verhalen) empathie “een van de basisvaardigheden in een mensenleven, en een revolutionaire kracht voor sociale verandering als we het naar de praktijk omzetten.”

Geen beter moment dan de Jeugdboekenmaand om hiermee aan de slag te gaan. Iedereen Leest heeft een praktische handleiding ontwikkeld die leerkrachten helpt om empathie te ontwikkelen via boeken. Want uiteindelijk getuigen die Potter-tattoo, dat teruggrijpen naar je lievelingspersonage of dat ene boek dat je gezelschap houdt op koude dagen van veel meer dan zomaar wat warme fuzzy gevoelens. Het zijn symptomen van de macht die lezen heeft.

Maart is Jeugdboekenmaand

Jeugdboekenmaand is een jaarlijks initiatief van Iedereen Leest om lees- en boekenplezier te stimuleren bij kinderen en jongeren tussen 3 en 15 jaar. Auteurs Bart Moeyaert en actrice/presentatrice Tatyana Beloy zijn peter en meter van deze editie. Op www.jeugdboekenmaand.be vind je boekentips, de educatieve handleiding voor leerkrachten, het laatste nieuws en al het beeld- en promotiemateriaal. Veel leesplezier!

IL_LEZERSTIPPENLEZERS_LOGO_EXTERN_OKT15_DEF_Q

Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘Jeugdboekenmaand 2019: vrienden voor altijd. Over hoe boeken vrienden zijn’ van An Stessens, medewerker nominatielezers KJV en Boekenzoeker bij Iedereen Leest. Dat artikel verschijnt in Fons 8, maar omdat het nieuwe nummer er pas eind april komt en de Jeugdboekenmaand in maart plaatsvindt, plaatsen we het hier al in avant-première.

 

 

Meertaligheid op school: 5 inspirerende leestips

Als taalleerkrachten zijn we sowieso allemaal gemotiveerde veellezers, maar zelfs dan blijft het onbegonnen werk om je een weg te banen in de papieren en digitale bibliotheken die door de jaren heen over onderwijs zijn volgeschreven. Dat is jammer, want er verschijnt zoveel boeiende lectuur rond tal van thema’s die voor jou als leerkracht erg verrijkend kunnen zijn. Rond meertaligheid kwamen er de laatste jaren bijvoorbeeld verschillende interessante en inspirerende boeken op de markt. Daarom: vijf boeken die je als leraar meer inzicht én praktische handvatten bieden in de wondere wereld van meertaligheid en onderwijs.

1. ‘Haal meer uit meertaligheid’

Fons7_p14_haalmeeruitmeertaligheidVan de 5 boeken in dit lijstje is dit wellicht het boek dat het dichtst staat bij het vele wetenschappelijke onderzoek dat de afgelopen jaren rond meertaligheid is gebeurd. Een indrukwekkende reeks taalkundigen en sociologen stellen in ‘Haal meer uit meertaligheid’ de bevindingen voor van het grootschalige Validiv-project. Naast een uitgebreide onderzoekspoot werden binnen Validiv ook instrumenten ontwikkeld om de taaldiversiteit in het basisonderwijs volop te benutten. Zo is er bijvoorbeeld E-Validiv, een online meertalige leeromgeving om wereldoriëntatie aan te brengen bij leerlingen uit 4, 5 en 6. De tool is gratis beschikbaar via KlasCement.

Lezen, want.. dit dunne (en dus zeer behapbare) boek vat op een beknopte en vlot leesbare manier de resultaten van diepgravend wetenschappelijk onderzoek samen, en zet je zo tot nadenken over hoe taaldiversiteit ook in jouw school- en lespraktijk een plaats kan krijgen.

Lore Van Praag et al., Haal meer uit meertaligheid: omgaan met talige diversiteit in het basisonderwijs, 2016, uitgegeven bij Acco

2. ‘Meertaligheid: een troef!’

Fons7_p14_meertaligheideentroefDit kloeke boek, dat in 2016 werd bekroond met een Europees Talenlabel, zit vol achtergrondinformatie, checklists, praktijkgerichte instrumenten en kijkwijzers. Op die manier kun je als leerkracht of schoolteam meteen aan de slag rond meertaligheid op school. Op basis van de bevindingen van het Gentse Thuistaalproject, een wetenschappelijk onderzoeksproject dat de effecten van het benutten van thuistaal op school in kaart wou brengen, bieden de auteurs een duidelijk en helder kader, dat schoolteams toelaat om zelfstandig de nodige stappen te zetten richting een gedragen en positief talenbeleid.

Lezen, want… het boek enthousiasmeert je meteen door de vele praktische voorbeelden, illustraties, checklists en kijkwijzers, en zet je zo meteen aan het denken over je eigen klasaanpak. Bij het boek zit bovendien een dvd met concrete voorbeelden, zodat je de vele tips uit het boek ook meteen toegepast ziet in de klaspraktijk.

Sara Gielen & Ayse Isçi, Meertaligheid: een troef!, 2015, uitgegeven bij Abimo 

3. ‘Meertaligheid en onderwijs’

Fons7_p14_meertaligheidenonderwijsDit boek wil op een laagdrempelige manier inzicht bieden in de wetenschappelijke stand van zaken inzake meertaligheid en meertalig onderwijs, maar wil ook het maatschappelijke belang ervan nadrukkelijk in de kijker zetten. Het internationale perspectief van het boek is daarbij een sterke troef: naast Nederland en Vlaanderen komen ook Suriname, Zweden, Friesland en de Caribische gebieden aan bod. Dat zorgt voor nieuwe en verfrissende perspectieven. Bovendien krijgen ook de meertalige sprekers zelf een nadrukkelijke stem in dit boek: maar liefst 15 sprekers getuigen over hun ervaringen, positief en negatief, met meertaligheid.

Lezen, want… die persoonlijke verhalen tonen eens te meer hoe belangrijk is om in onderwijs met meertaligheid en (taal)diversiteit op een stimulerende en positieve manier aan de slag te gaan. Het boek besluit bovendien met een krachtig slothoofdstuk, dat beleidsmakers, leerkrachten en ouders tal van tips en aanbevelingen biedt.

Orhan Agirdag & Ellen-Rose Kambel, Meertaligheid en onderwijs, 2018, uitgegeven bij Boom

4. ‘Het meertalige kind’

Fons7_p14_hetmeertaligekindHoe leert een kind verschillende talen tegelijkertijd? Hoe schakelt het over tussen diverse talen? En hoe moet je als leerkracht op school het gedrag van een meertalig kind inschatten of beoordelen? In dit boek biedt Marinella Orioni, die al jaren gepassioneerd is door meertaligheid, meertalig opvoeden en interculturaliteit, antwoorden op al die vragen – en steevast op een toegankelijke en enthousiasmerende manier.

Lezen, want… dit boek biedt een laagdrempelig vertrekpunt voor leerkrachten die nog niet lang met meertaligheid worden geconfronteerd, of nog met grote vragen zitten over hoe meertaligheid zich bij kinderen manifesteert en hoe hun taalontwikkeling eruitziet.

Marinella Orioni, Het meertalige kind. Een eerste kennismaking, 2017, uitgegeven bij Van Gennep

5. ‘Taal leren’

Fons7_p14_taallerenIn dit boek wordt niet enkel een staalkaart aangeboden van recent onderzoek naar taalverwerving en taalontwikkeling, maar wordt er ook veel ruimte gemaakt voor praktijkvoorbeelden, tips en aanbevelingen voor beleidsmakers. De grote sterkte van het boek is dat het niet louter is gericht op het basisonderwijs, maar dat de blik breed wordt opengetrokken: van taalstimulering in de kleuterklas en leesplezier in het lager onderwijs over taalontwikkeling in het secundair onderwijs naar twee erg boeiende en lezenswaardige hoofdstukken over de NT2-klas in het volwassenenonderwijs. Het levert de lezer een vol hoofd op, maar ook een hoofd vol inspiratie en nieuwe perspectieven.

Lezen, want… als het over taalonderwijs, taalverwerving en taalstimulering gaat, is ‘over het muurtje kijken’ cruciaal, en moeten we als leraar Nederlands elke gelegenheid te baat nemen om meer inzicht te krijgen in hoe er in andere onderwijsniveaus met en rond taal wordt gewerkt.

Koen Jaspaert & Carolien Frijns, Taal leren. Van kleuters tot volwassenen, 2017, uitgegeven bij LannooCampus

Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘Meertaligheid in het onderwijs: 5 leestips’ van Steven Delarue. Het volledige artikel kun je in Fons 7 lezen.

 

Laaggeletterde anderstalige jongeren en woordenschat: hoe begin je eraan?

Laaggeletterde anderstalige jongeren staan voor een bijna onmogelijke taak. Ze moeten én een nieuwe taal leren én leren lezen en schrijven in die nieuwe taal, en dat op zeer korte tijd. Om te leren lezen en schrijven is een rijke woordenschat van cruciaal belang. In wat volgt zetten we vijf tips op een rijtje om laaggeletterde anderstalige jongeren bij hun woordenschatverwerving te ondersteunen. 

1. Weet welke woorden je aanleert

Werp een kritische blik op woorden die in je cursus, handboek of methode worden aangebracht. Moet een laaggeletterde leerling echt alle meubels, fruitsoorten of dieren kennen? Welke woorden zal de leerling regelmatig tegenkomen en welke zijn minder belangrijk? Het Nederlands bestaat uit zo’n 5000 hoogfrequente woorden die voorkomen in alle domeinen van het taalgebruik. Die hoogfrequente woorden verdienen expliciete instructie.

2. Context is cruciaal

Veel handboeken en woordenschatprogramma’s ordenen woordenschat in enge semantische categorieën. Voor het aanleren van een nieuwe taal is deze methode echter niet geschikt. Het is zinvoller en doeltreffender om te kiezen voor brede, concrete en relevante thema’s. Som dus niet zomaar alle beroepen op, maar vertrek van de beroepen die de leerlingen in je klas willen uitoefenen en koppel daar andere relevante woordenschat aan, zoals eigenschappen die nodig zijn voor een bepaald beroep: een kapper moet sociaal zijn, een leerkracht moet veel geduld hebben, enzovoort.

3. Werk zowel breed als diep

Hoe spreek ik het woord uit? Uit welke woorddelen bestaat het? Met welke woorden komt het vaak voor? Om een woord te kunnen gebruiken, moet een leerling ook veel over een woord weten. In dat verband spreken we van een diepe woordenschat. Een brede woordenschat hebben, houdt in dat leerlingen een groot aantal woorden in verschillende domeinen moeten kennen.

4. Actief inoefenen

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Woorden leer je door te doen. Enkel nieuwe woorden aanbieden is niet voldoende. Leerlingen moeten aan de slag gaan met de betekenis van het woord. Spelvormen zoals memory, kwartetten en pictionary zijn een voorbeeld om woordenschat in te oefenen. Helaas volstaan die spelvormen niet. Idealiter worden ze afgewisseld met werkvormen die een rijkere en diepere verwerking van de woordenschat stimuleren.

5. Zet in op woordleerstrategieën

Leerlingen moeten zelf ook leren omgaan met alle nieuwe woorden die ze voortdurend tegenkomen. Is het woord belangrijk in de context? Kan ik de betekenis raden of afleiden uit de context? Ken ik delen van het woord? Dit vraagt van de leerlingen dat ze woordleerstrategieën onder de knie hebben. Die komen niet vanzelf en hebben expliciete instructie nodig.

Leesonderwijs-enkel-2Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘Woorden, daar begint het mee. Het belang van sterk woordenschatonderwijs voor laaggeletterde anderstalige jongeren’ van Marit Trioen en Jordi Casteleyn. Het volledige artikel kan je in Fons 7 lezen.

De tips komen uit de recent verschenen (en volledig te downloaden!) praktijkgids Wat werkt in leesonderwijs aan laaggeletterde anderstalige jongeren? van Marit Trioen en Jordi Casteleyn. Daarin is naast woordenschatverwerving ook aandacht voor mondelinge taalvaardigheid en een evenwichtige leesinstructie.