Meertaligheid op school: 5 inspirerende leestips

Als taalleerkrachten zijn we sowieso allemaal gemotiveerde veellezers, maar zelfs dan blijft het onbegonnen werk om je een weg te banen in de papieren en digitale bibliotheken die door de jaren heen over onderwijs zijn volgeschreven. Dat is jammer, want er verschijnt zoveel boeiende lectuur rond tal van thema’s die voor jou als leerkracht erg verrijkend kunnen zijn. Rond meertaligheid kwamen er de laatste jaren bijvoorbeeld verschillende interessante en inspirerende boeken op de markt. Daarom: vijf boeken die je als leraar meer inzicht én praktische handvatten bieden in de wondere wereld van meertaligheid en onderwijs.

1. ‘Haal meer uit meertaligheid’

Fons7_p14_haalmeeruitmeertaligheidVan de 5 boeken in dit lijstje is dit wellicht het boek dat het dichtst staat bij het vele wetenschappelijke onderzoek dat de afgelopen jaren rond meertaligheid is gebeurd. Een indrukwekkende reeks taalkundigen en sociologen stellen in ‘Haal meer uit meertaligheid’ de bevindingen voor van het grootschalige Validiv-project. Naast een uitgebreide onderzoekspoot werden binnen Validiv ook instrumenten ontwikkeld om de taaldiversiteit in het basisonderwijs volop te benutten. Zo is er bijvoorbeeld E-Validiv, een online meertalige leeromgeving om wereldoriëntatie aan te brengen bij leerlingen uit 4, 5 en 6. De tool is gratis beschikbaar via KlasCement.

Lezen, want.. dit dunne (en dus zeer behapbare) boek vat op een beknopte en vlot leesbare manier de resultaten van diepgravend wetenschappelijk onderzoek samen, en zet je zo tot nadenken over hoe taaldiversiteit ook in jouw school- en lespraktijk een plaats kan krijgen.

Lore Van Praag et al., Haal meer uit meertaligheid: omgaan met talige diversiteit in het basisonderwijs, 2016, uitgegeven bij Acco

2. ‘Meertaligheid: een troef!’

Fons7_p14_meertaligheideentroefDit kloeke boek, dat in 2016 werd bekroond met een Europees Talenlabel, zit vol achtergrondinformatie, checklists, praktijkgerichte instrumenten en kijkwijzers. Op die manier kun je als leerkracht of schoolteam meteen aan de slag rond meertaligheid op school. Op basis van de bevindingen van het Gentse Thuistaalproject, een wetenschappelijk onderzoeksproject dat de effecten van het benutten van thuistaal op school in kaart wou brengen, bieden de auteurs een duidelijk en helder kader, dat schoolteams toelaat om zelfstandig de nodige stappen te zetten richting een gedragen en positief talenbeleid.

Lezen, want… het boek enthousiasmeert je meteen door de vele praktische voorbeelden, illustraties, checklists en kijkwijzers, en zet je zo meteen aan het denken over je eigen klasaanpak. Bij het boek zit bovendien een dvd met concrete voorbeelden, zodat je de vele tips uit het boek ook meteen toegepast ziet in de klaspraktijk.

Sara Gielen & Ayse Isçi, Meertaligheid: een troef!, 2015, uitgegeven bij Abimo 

3. ‘Meertaligheid en onderwijs’

Fons7_p14_meertaligheidenonderwijsDit boek wil op een laagdrempelige manier inzicht bieden in de wetenschappelijke stand van zaken inzake meertaligheid en meertalig onderwijs, maar wil ook het maatschappelijke belang ervan nadrukkelijk in de kijker zetten. Het internationale perspectief van het boek is daarbij een sterke troef: naast Nederland en Vlaanderen komen ook Suriname, Zweden, Friesland en de Caribische gebieden aan bod. Dat zorgt voor nieuwe en verfrissende perspectieven. Bovendien krijgen ook de meertalige sprekers zelf een nadrukkelijke stem in dit boek: maar liefst 15 sprekers getuigen over hun ervaringen, positief en negatief, met meertaligheid.

Lezen, want… die persoonlijke verhalen tonen eens te meer hoe belangrijk is om in onderwijs met meertaligheid en (taal)diversiteit op een stimulerende en positieve manier aan de slag te gaan. Het boek besluit bovendien met een krachtig slothoofdstuk, dat beleidsmakers, leerkrachten en ouders tal van tips en aanbevelingen biedt.

Orhan Agirdag & Ellen-Rose Kambel, Meertaligheid en onderwijs, 2018, uitgegeven bij Boom

4. ‘Het meertalige kind’

Fons7_p14_hetmeertaligekindHoe leert een kind verschillende talen tegelijkertijd? Hoe schakelt het over tussen diverse talen? En hoe moet je als leerkracht op school het gedrag van een meertalig kind inschatten of beoordelen? In dit boek biedt Marinella Orioni, die al jaren gepassioneerd is door meertaligheid, meertalig opvoeden en interculturaliteit, antwoorden op al die vragen – en steevast op een toegankelijke en enthousiasmerende manier.

Lezen, want… dit boek biedt een laagdrempelig vertrekpunt voor leerkrachten die nog niet lang met meertaligheid worden geconfronteerd, of nog met grote vragen zitten over hoe meertaligheid zich bij kinderen manifesteert en hoe hun taalontwikkeling eruitziet.

Marinella Orioni, Het meertalige kind. Een eerste kennismaking, 2017, uitgegeven bij Van Gennep

5. ‘Taal leren’

Fons7_p14_taallerenIn dit boek wordt niet enkel een staalkaart aangeboden van recent onderzoek naar taalverwerving en taalontwikkeling, maar wordt er ook veel ruimte gemaakt voor praktijkvoorbeelden, tips en aanbevelingen voor beleidsmakers. De grote sterkte van het boek is dat het niet louter is gericht op het basisonderwijs, maar dat de blik breed wordt opengetrokken: van taalstimulering in de kleuterklas en leesplezier in het lager onderwijs over taalontwikkeling in het secundair onderwijs naar twee erg boeiende en lezenswaardige hoofdstukken over de NT2-klas in het volwassenenonderwijs. Het levert de lezer een vol hoofd op, maar ook een hoofd vol inspiratie en nieuwe perspectieven.

Lezen, want… als het over taalonderwijs, taalverwerving en taalstimulering gaat, is ‘over het muurtje kijken’ cruciaal, en moeten we als leraar Nederlands elke gelegenheid te baat nemen om meer inzicht te krijgen in hoe er in andere onderwijsniveaus met en rond taal wordt gewerkt.

Koen Jaspaert & Carolien Frijns, Taal leren. Van kleuters tot volwassenen, 2017, uitgegeven bij LannooCampus

Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘Meertaligheid in het onderwijs: 5 leestips’ van Steven Delarue. Het volledige artikel kun je in Fons 7 lezen.

 

Advertenties

Waarom elke dag voorlezen loont: 7 voordelen

Zaterdag gaat de Voorleesweek van start. Van 17 tot 25 november zet Iedereen Leest daarmee het voorlezen in de kijker – want voorlezen is veel meer dan enkel een aangenaam tijdverdrijf. Door voor te lezen aan kinderen, stimuleer je niet enkel hun taalontwikkeling en woordenschat, maar geef je ook leesplezier door. Tine Kuypers, communicatiemedewerker bij Iedereen Leest, zet zeven voordelen van voorlezen op een rij.

Fons7_p28_Iedereen Leest 2 (c) Michiel Devijver
(C) Michiel Devijver | Iedereen Leest

1. Taalontwikkeling, woordenschat… en wiskunde?

Voorlezen heeft een positief effect op taalontwikkeling en woordenschat. Door voor te lezen, komen kinderen in contact met een ander soort woordenschat, aangezien de taal in boeken vaak anders is dan de taal die kinderen in het dagelijkse leven horen. Ze leren zo nieuwe woorden en complexere zinnen kennen. Bovendien draagt voorlezen bij tot een beter taalgevoel en taalbegrip. Ze leren ook beter luisteren en trainen hun concentratievermogen. En misschien wel verrassend: peuters aan wie elke dag minstens 15 minuten wordt voorgelezen, scoren later op school zelfs beter op rekenen.

Voorlezen draagt bij tot een beter taalgevoel en taalbegrip. Kinderen leren ook beter luisteren en trainen hun concentratievermogen.

2. Emotionele ontwikkeling

Voorlezen is een intiem moment, dat de band tussen voorlezer en kind versterkt. Het biedt een kind rust en veiligheid. Ook in de klas kan een voorleesmoment een welgekomen rustpunt zijn. Het is een positieve manier om banden aan te halen en aandacht aan een kind te schenken. Samen een verhaal beleven – ook in klascontext – versterkt de affectieve band. Uiteraard is het leuk om klassikaal voor te lezen, maar misschien kan je ook eens in kleine groepjes in een boek kijken? Of nodig een aantal vrijwilligers uit om aan elk kind individueel een verhaaltje te komen voorlezen, voor een extra knusse voorleeservaring. En waarom geen mini-voorleestoer op je school, met voorlezers op verschillende plekjes?

3. Sociale ontwikkeling

Door in aanraking te komen met verschillende verhalen, leren kinderen zich in te leven in andere situaties en mensen. Boeken geven kinderen inzicht in de – soms complexe – wereld om hen heen. Het is ook een goede manier om thema’s aan te halen die anders misschien niet zo snel besproken worden. Niet zelden leidt een voorleesmoment tot een gesprek en krijg je onverwacht inzicht in thema’s die kinderen – bewust of onbewust – bezighouden. Daar kan je dan verder met het kind of met de hele klas over praten. Het kan ook in de andere richting werken: heb je een thema waar je graag over wil praten met de kinderen? Gebruik dan eens een geschikt voorleesboek als inleiding. Je zal zien dat de tongen misschien wel sneller loskomen.

Voorlezen is ook een uitstekende manier om thema’s aan te halen die anders misschien niet zo snel of makkelijk besproken worden.

4. Fantasie stimuleren

Door voor te lezen, prikkel je de fantasie van een kind. Het moedigt hem of haar aan om beelden bij een verhaal te verzinnen, zich de personages voor te stellen en – wie weet – ook verder te fantaseren. De illustraties in een boek kunnen ook dat effect hebben. Vergeet dus zeker niet om de prenten te tonen als je voorleest aan kinderen en laat hen er goed en aandachtig naar kijken. De illustraties vormen vaak een essentieel onderdeel van het verhaal en kunnen de creativiteit stimuleren. Het is leuk om ter afwisseling eens een kamishibai – een Japans verteltheatertje – te gebruiken tijdens het voorlezen. In heel wat bibs kan je zo’n theater én een heleboel mooie verhalen lenen. En denk eraan: ook oudere kinderen houden vaak nog van prentenboeken en geïllustreerde boeken. Geef die dus zeker een plek in je aanbod.

5. Leesplezier doorgeven

Voorlezen – in welke taal dan ook – is een uitstekende manier om leesplezier door te geven aan een kind. Als een kind goede herinneringen aan voorleesmomenten koppelt, is de kans groter dat het ook later het plezier van lezen en voorlezen ontdekt. Bovendien ben je als voorlezer een rolmodel voor een kind: als ze zien dat jij van voorlezen en lezen geniet, is de kans groot dat ze dat enthousiasme overnemen. Dat geldt zowel thuis als in de kinderopvang en op school. Het belang van een (voor)lezend rolmodel mag niet onderschat worden.

6. Ook in andere talen

Heb je veel kinderen met een andere thuistaal in je klas? Probeer dan eens prentenboeken of verhalen in hun eigen taal te zoeken. In de bib hebben ze vaak een meertalig aanbod, of je kan ook ouders aanspreken met die vraag. Je kan eventueel ook een ouder vragen om in een andere taal te komen voorlezen. Het is fijn voor een kind als de thuistaal op die manier ook een plaats krijgt op school. En voor de andere kinderen is een kennismaking met andere talen en culturen ook verrijkend.

Blijf zeker ook voorlezen wanneer een kind zelf al kan lezen. Voorlezen blijft immers een uitstekende manier om aan leesmotivatie en leesplezier te werken.

7. Ook voor oudere kinderen

Blijf zeker ook voorlezen wanneer een kind zelf al kan lezen. Voorlezen zorgt namelijk voor continuïteit in de literaire ontwikkeling en blijft een uitstekende manier om – ook bij oudere kinderen en zéker bij moeilijke lezers – aan leesmotivatie te werken. Je kan bij oudere kinderen voorlezen ook perfect als teaser inzetten: lees het eerste hoofdstuk voor en stop bij een cliffhanger. Om het vervolg te kennen, zullen ze zelf even verder moeten lezen…

Over de Voorleesweek

Fons7_p28_Iedereen Leest affiche VoorleesweekElke dag voorlezen loont, dat is wel duidelijk. Maar natuurlijk is het leuk om tijdens de jaarlijkse Voorleesweek van Iedereen Leest nog een extra inspanning te doen! Dit jaar focust de Voorleesweek (van 17 tot 25 november) op vroeg beginnen, dus denk eraan om ook de kleuterschool te betrekken bij je initiatieven. Een voorleesslinger, een voorleesmoment door ouders, bekende gezichten of de directeur: het kan allemaal!

Wie voorleest, kan zich registreren voor de voorleesteller op www.voorleesweek.be. Je maakt dan kans op één van de prachtige boekenpakketten. Zou dat geen mooi cadeau zijn voor de klasbib?

Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘De vele voordelen van voorlezen’ van Tine Kuypers (communicatiemedewerker bij Iedereen Leest), dat verscheen in Fons 7 (en eerder ook al op de website van Iedereen Leest). Zin om het volledige artikel te lezen? Je vindt het hier. Veel leesplezier!

 

 

Fons 7 is er!

De herfstvakantie is achter de rug, de sprint naar het einde van het eerste trimester kan dus beginnen! Nu de dagen steeds kouder en donkerder worden, wilden we je alvast het nodige leesvoer geven om de komende winteravonden te overbruggen. Het zevende nummer van Fons heeft als centrale thema meertaligheid meegekregen: we presenteren je de recentste cijfers als het over meertaligheid en onderwijs gaat, geven een aantal boeiende leestips, vertellen je meer over de digitale vertelkiosk van Foyer en maken je warm voor functioneel meertalig leren in de klas.

CoverFons7

Maar zoals je dat van ons gewoon bent, is er uiteraard ook veel meer. Dit keer krijg je ook inspiratie en praktische tips om je lessen schrijfvaardigheid of poëzie in de klas aan te pakken, kijken we naar taalontwikkeling bij peuters en woordenschatverwerving bij anderstalige nieuwkomers, en laten we leerlingen zelf hun eigen handleiding maken.

In Fons 7 trekken we ook vol de kaart van de vakliteratuur, met een heus ABC van boeken en blogs waar je als taalleerkracht van zal smullen. Toch eerder digitaal aangelegd? Dan vind je in De 10 een mooi overzicht van 10 websites die elke leraar Nederlands in het secundair onderwijs moet kennen. Ook onze andere rubrieken zijn weer van de partij: je komt te weten wat andere leraren Nederlands op hun nachtkastje hebben liggen, en in Aan de slag met… vroegen we jou dit keer wat je met een bal zou kunnen aanvangen. Heel veel, zo blijkt!

Tot slot vertellen we je in dit nieuwe nummer ook meer over de grote plannen die we met Fons hebben voor de toekomst. We willen immers een stap vooruit zetten, en verder gaan dan het tijdschrift zoals het nu bestaat. Benieuwd? Lees dan zeker ons nieuwe nummer! Het belandt vanaf vandaag bij jou op de mat of op school, en je kunt het digitaal ook hier raadplegen én downloaden. Nog geen abonnee? Dan kun je je hier gratis aanmelden. Veel leesplezier!

Fons7_p28_Iedereen Leest 1 (c) Michiel Devijver
(C) Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Aandacht voor taal is een zaak voor elk schoolvak, niet enkel voor de leraar Nederlands’

Fons kroop in de pen! Onderstaand opiniestuk verscheen op de website van Knack

‘Leraren Nederlands hoeven zich niet bedreigd te voelen’, schrijven Steven Delarue en Heleen Rijckaert, hoofdredacteurs van Fons. ‘Flexibiliteit en openheid geeft hen net kansen om buiten de grenzen van het vak te treden. Aandacht voor taal in alle schoolvakken levert voor iedereen voordelen op’, menen ze.

Nog één week voor het nieuwe schooljaar van start gaat, en dan raakt alles wat enigszins met onderwijs te maken heeft nog nét dat tikkeltje makkelijker op de voorpagina. Afgelopen maandag ging het vooraan in De Morgen over de nieuwe plannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen om bij de start van de nieuwe eindtermen in september 2019 ook een nieuw vak in te voeren. Het vak ‘Mens en samenleving’ zou inzetten op een brede waaier aan vaardigheden en domeinen: van mediawijsheid en ondernemingszin tot burgerschap en financiële competenties.

Daar focuste het artikel echter niet op, en ook de discussies die spontaan losbarstten op Twitter en Facebook gingen daar niet over. Dat het vak Nederlands het slachtoffer zou worden van dat gloednieuwe schoolvak en van vijf lesuren zou worden gereduceerd tot vier, dat was wel perfect voor de kop. Vanuit de politiek werd ook afkeurend gereageerd: N-VA deed de plannen af als “een besparing op Nederlands” en een slecht signaal nu uit verschillende hoeken gesignaleerd wordt dat het met de lees- en schrijfvaardigheid van jongeren niet goed gesteld is.

Maar eigenlijk doet zo’n discussie over hoeveel uren het vak Nederlands in het lessenrooster kan innemen afbreuk aan de cruciale rol die taal speelt in álle schoolvakken. De nieuwe eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs, die onlangs werden goedgekeurd en vanaf het schooljaar 2019-2020 ingaan, zijn algemeen en los van een specifiek vak geformuleerd. Daardoor creëren ze voor het eerst de openheid om buiten dat sterk verkavelde vakkenlandschap te breken.

Het zijn ambitieuze en eigentijdse eindtermen, die leerkrachten uitdagen om samen te werken en te experimenteren. Zo kan een leraar Nederlands bijvoorbeeld een vakoverschrijdend project opzetten met de collega van pakweg geschiedenis of elektriciteit, of kunnen leraren samen voor de klas gaan staan om te co-teachen, zoals dat heet. Of waarom niet meteen de vakkenstructuur volledig doorbreken en de leerlingen in kortere projecten of modules laten werken, waarin ze de leerstof van verschillende vakken tegelijk en geïntegreerd aanpakken?

Verschillende scholen zijn dergelijke innovatieve aanpakken en manieren van organisatie aan het verkennen – vorige week kwamen er in Knack trouwens een aantal van die vernieuwende scholen aan bod – en krijgen vanuit de nieuwe eindtermen nu ook expliciet de kans om daar nog verder in te gaan. Scholen en leerkrachten mogen echter niet bang zijn om die flexibiliteit te benutten en de kansen die er nu zijn ook daadwerkelijk te grijpen.

Fons6_p4-9_IMG_4726_web (c) Michiel Devijver
© Michiel Devijver voor Iedereen Leest

Zeker leraren Nederlands hoeven zich door dit alles niet bedreigd te voelen: die grotere flexibiliteit en openheid geeft hen net de kans om buiten de grenzen van het vak Nederlands te breken, en samen met het volledige schoolteam op zoek te gaan naar een goede aanpak voor de uitdagingen die er zijn – niet alleen rond lees- en schrijfvaardigheid, maar evengoed rond zaken als woordenschat en spreekvaardigheid. Noch vier uur, noch vijf uur per week is voldoende om dat allemaal in één vak aan te pakken, maar het punt is net dat dat ook helemaal niet hoeft.

Een tekst lezen en daaruit afleiden wat het doel ervan is, dat kan evengoed in de les geschiedenis. Lessen biologie lenen zich er dan weer perfect voor om leerlingen informatieve teksten te laten lezen en hun er de hoofdgedachte uit te laten halen. Zo zijn practicumverslagen in de lessen fysica en chemie een uitstekende oefeningen op schrijfvaardigheid, en is het lezen van instructies of veiligheidsvoorschriften vaste prik in de lessen techniek of elektriciteit.

Op die manier wordt aandacht voor taal een zaak van élk schoolvak, en niet enkel de verantwoordelijkheid van de leraar Nederlands. Dat levert voor iedereen voordelen op: leerlingen krijgen veel meer oefenkansen, terwijl leerkrachten meer kunnen samenwerken en van elkaar kunnen leren. Ze kunnen ook samen opdrachten en taken ontwikkelen die leerlingen op meerdere vaardigheden tegelijk evalueren. Uiteraard blijft de leraar Nederlands de expert, en kan van andere leerkrachten niet zomaar verwacht worden dat ze voldoende onderlegd zijn om zelfstandig de taalvaardigheid van leerlingen te evalueren en te scoren, maar net daarom is samenwerking tussen leraren zo cruciaal.

De leraar Nederlands krijgt op die manier ook weer de handen vrij om bezig te zijn met die delen van het schoolvak Nederlands die nu nog vaak te weinig aandacht krijgen: van inzetten op leesplezier tot nadenken over activerende en motiverende manieren om leerlingen spelling- en grammaticaregels aan te leren. Zo krijg je enthousiaste leerlingen én minder gemor en frustraties in de gemiddelde leraarskamer.

 

Fons 6: een themanummer over leesvaardigheid, leesplezier en leescultuur

Fons6_coverEen tijdje terug verscheen het PIRLS-onderzoek, dat alarmerende cijfers liet zien op het gebied van leesvaardigheid en leescultuur van onze Vlaamse jongeren. In tal van krantenartikels en opiniebijdragen werd aan de noodrem getrokken: het leesonderwijs moest maar eens op de schop, want de slinger zou te ver richting leesplezier zijn doorgeslagen. Maar staan leesplezier en leesvaardigheid dan haaks op elkaar? En hoe zit het eigenlijk met de leesvaardigheid bij kinderen en jongeren? Hoe doen andere scholen het? En wat zegt het onderzoek daarover? Vragen genoeg, en daarom is het zesde nummer van Fons, dat dezer dagen in uw bus of bij u in de leraarskamer belandt, een speciaal themanummer, dat bijna volledig is gewijd aan lezen.

Nog geen papieren exemplaar in handen gekregen? Dan kunt u alvast uw leeshonger stillen met een digitaal exemplaar, dat hier kan worden gedownload. Geniet van bijdragen over leesplezier, duurzaam leesbeleid op school, recent onderzoek naar (voor)leesgedrag en redenen waarom we lezen, de ‘Samen lezen’-methodiek en leesgroepen op school.

Maar in dit zesde nummer komen ook nog andere onderwerpen aan bod. Zo kunt u bijvoorbeeld ook kennismaken met een aantal werk- en spelvormen om taal te stimuleren bij anderstalige kleuters, krijgt u tips om peerfeedback bij leerlingen te versterken, en maakt u kennis met de MOOC Middelnederlands. In onze rubriek ‘De 10’ zetten we dan weer tien inzichten rond meertaligheid en taalverwerving op een rijtje, in ‘Aan de slag met…’ staat het kaartspel centraal, en er is de langverwachte terugkeer van ‘Op het nachtkastje van’, waarin leerkrachten hun leestips meegeven. Veel om te ontdekken, om door geïnspireerd te raken en om met collega’s te bespreken.

En mocht het u ervan overtuigen zelf eens iets voor Fons te schrijven… laat het ons dan zeker weten! We zijn intussen al volop bezig met de voorbereidingen voor nummer 7, dat in het najaar van 2018 verschijnt. Veel leesplezier!

Kleuteronderwijs, graphic novels en veel meer: le nouveau Fons est arrivé!

Fons5_coverHet wordt stilaan opnieuw winter, en dat betekent niet alleen regenachtige dagen, maar ook een nieuw nummer van Fons. Nummer 5 is net verschenen, en bevat dossiers rond kleuteronderwijs en de graphic novel. We gaan ook aan de slag met Lego in het beroepsonderwijs, verkennen de mogelijkheden van de kamishibai, initiëren avontuurlijk leesonderwijs en geven tips rond differentiatie en vakoverschrijdende projecten. Voor elk wat wils dus! Je kunt Fons 5 hier digitaal lezen en downloaden (als je een account aanmaakt op Issuu). Meteen wat leesvoer voor die koude winteravonden.

Fons 4 is er!

screenshot_cover_Fons4Sinds deze week hebben we er weer een nieuwe telg bij in de steeds groter wordende Fonsfamilie. In Fons 4 gaan we aan de slag met poëzie, geven we tips om rond taalbeleid te werken op je school, staan we stil bij de Jeugdboekenmaand en spelen we talige gezelschapsspelletjes. Voor elk wat wils dus!

Fons digitaal lezen?

Wil je Fons 4 graag digitaal lezen, dan hoef je geen seconde langer te wachten: je vindt het nieuwste nummer hier terug – perfect voor op je tablet of computer. Als je inlogt op Issuu (een account aanmaken is kinderspel), dan kun je het nummer ook downloaden en zo op je computer bewaren. Handig voor later!

Fons op papier lezen?

Sta je in een Vlaamse basis- of secundaire school, dan vind je Fons normaal bij jou op het secretariaat of in de leraarskamer terug: elke school ontvangt een aantal exemplaren. Is dat toch niet het geval, neem dan contact op met uitgeverij Die Keure. Wie niet in het onderwijs staat of in een Nederlandse school werkt, is aangewezen op de digitale versie (zie hierboven). Leraren Nederlands in opleiding kunnen in verschillende Vlaamse hogescholen en universiteiten een papieren exemplaar van Fons krijgen via hun lesgevers.