Laaggeletterde anderstalige jongeren en woordenschat: hoe begin je eraan?

Laaggeletterde anderstalige jongeren staan voor een bijna onmogelijke taak. Ze moeten én een nieuwe taal leren én leren lezen en schrijven in die nieuwe taal, en dat op zeer korte tijd. Om te leren lezen en schrijven is een rijke woordenschat van cruciaal belang. In wat volgt zetten we vijf tips op een rijtje om laaggeletterde anderstalige jongeren bij hun woordenschatverwerving te ondersteunen. 

1. Weet welke woorden je aanleert

Werp een kritische blik op woorden die in je cursus, handboek of methode worden aangebracht. Moet een laaggeletterde leerling echt alle meubels, fruitsoorten of dieren kennen? Welke woorden zal de leerling regelmatig tegenkomen en welke zijn minder belangrijk? Het Nederlands bestaat uit zo’n 5000 hoogfrequente woorden die voorkomen in alle domeinen van het taalgebruik. Die hoogfrequente woorden verdienen expliciete instructie.

2. Context is cruciaal

Veel handboeken en woordenschatprogramma’s ordenen woordenschat in enge semantische categorieën. Voor het aanleren van een nieuwe taal is deze methode echter niet geschikt. Het is zinvoller en doeltreffender om te kiezen voor brede, concrete en relevante thema’s. Som dus niet zomaar alle beroepen op, maar vertrek van de beroepen die de leerlingen in je klas willen uitoefenen en koppel daar andere relevante woordenschat aan, zoals eigenschappen die nodig zijn voor een bepaald beroep: een kapper moet sociaal zijn, een leerkracht moet veel geduld hebben, enzovoort.

3. Werk zowel breed als diep

Hoe spreek ik het woord uit? Uit welke woorddelen bestaat het? Met welke woorden komt het vaak voor? Om een woord te kunnen gebruiken, moet een leerling ook veel over een woord weten. In dat verband spreken we van een diepe woordenschat. Een brede woordenschat hebben, houdt in dat leerlingen een groot aantal woorden in verschillende domeinen moeten kennen.

4. Actief inoefenen

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Woorden leer je door te doen. Enkel nieuwe woorden aanbieden is niet voldoende. Leerlingen moeten aan de slag gaan met de betekenis van het woord. Spelvormen zoals memory, kwartetten en pictionary zijn een voorbeeld om woordenschat in te oefenen. Helaas volstaan die spelvormen niet. Idealiter worden ze afgewisseld met werkvormen die een rijkere en diepere verwerking van de woordenschat stimuleren.

5. Zet in op woordleerstrategieën

Leerlingen moeten zelf ook leren omgaan met alle nieuwe woorden die ze voortdurend tegenkomen. Is het woord belangrijk in de context? Kan ik de betekenis raden of afleiden uit de context? Ken ik delen van het woord? Dit vraagt van de leerlingen dat ze woordleerstrategieën onder de knie hebben. Die komen niet vanzelf en hebben expliciete instructie nodig.

Leesonderwijs-enkel-2Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘Woorden, daar begint het mee. Het belang van sterk woordenschatonderwijs voor laaggeletterde anderstalige jongeren’ van Marit Trioen en Jordi Casteleyn. Het volledige artikel kan je in Fons 7 lezen.

De tips komen uit de recent verschenen (en volledig te downloaden!) praktijkgids Wat werkt in leesonderwijs aan laaggeletterde anderstalige jongeren? van Marit Trioen en Jordi Casteleyn. Daarin is naast woordenschatverwerving ook aandacht voor mondelinge taalvaardigheid en een evenwichtige leesinstructie.

 

 

Waarom elke dag voorlezen loont: 7 voordelen

Zaterdag gaat de Voorleesweek van start. Van 17 tot 25 november zet Iedereen Leest daarmee het voorlezen in de kijker – want voorlezen is veel meer dan enkel een aangenaam tijdverdrijf. Door voor te lezen aan kinderen, stimuleer je niet enkel hun taalontwikkeling en woordenschat, maar geef je ook leesplezier door. Tine Kuypers, communicatiemedewerker bij Iedereen Leest, zet zeven voordelen van voorlezen op een rij.

Fons7_p28_Iedereen Leest 2 (c) Michiel Devijver
(C) Michiel Devijver | Iedereen Leest

1. Taalontwikkeling, woordenschat… en wiskunde?

Voorlezen heeft een positief effect op taalontwikkeling en woordenschat. Door voor te lezen, komen kinderen in contact met een ander soort woordenschat, aangezien de taal in boeken vaak anders is dan de taal die kinderen in het dagelijkse leven horen. Ze leren zo nieuwe woorden en complexere zinnen kennen. Bovendien draagt voorlezen bij tot een beter taalgevoel en taalbegrip. Ze leren ook beter luisteren en trainen hun concentratievermogen. En misschien wel verrassend: peuters aan wie elke dag minstens 15 minuten wordt voorgelezen, scoren later op school zelfs beter op rekenen.

Voorlezen draagt bij tot een beter taalgevoel en taalbegrip. Kinderen leren ook beter luisteren en trainen hun concentratievermogen.

2. Emotionele ontwikkeling

Voorlezen is een intiem moment, dat de band tussen voorlezer en kind versterkt. Het biedt een kind rust en veiligheid. Ook in de klas kan een voorleesmoment een welgekomen rustpunt zijn. Het is een positieve manier om banden aan te halen en aandacht aan een kind te schenken. Samen een verhaal beleven – ook in klascontext – versterkt de affectieve band. Uiteraard is het leuk om klassikaal voor te lezen, maar misschien kan je ook eens in kleine groepjes in een boek kijken? Of nodig een aantal vrijwilligers uit om aan elk kind individueel een verhaaltje te komen voorlezen, voor een extra knusse voorleeservaring. En waarom geen mini-voorleestoer op je school, met voorlezers op verschillende plekjes?

3. Sociale ontwikkeling

Door in aanraking te komen met verschillende verhalen, leren kinderen zich in te leven in andere situaties en mensen. Boeken geven kinderen inzicht in de – soms complexe – wereld om hen heen. Het is ook een goede manier om thema’s aan te halen die anders misschien niet zo snel besproken worden. Niet zelden leidt een voorleesmoment tot een gesprek en krijg je onverwacht inzicht in thema’s die kinderen – bewust of onbewust – bezighouden. Daar kan je dan verder met het kind of met de hele klas over praten. Het kan ook in de andere richting werken: heb je een thema waar je graag over wil praten met de kinderen? Gebruik dan eens een geschikt voorleesboek als inleiding. Je zal zien dat de tongen misschien wel sneller loskomen.

Voorlezen is ook een uitstekende manier om thema’s aan te halen die anders misschien niet zo snel of makkelijk besproken worden.

4. Fantasie stimuleren

Door voor te lezen, prikkel je de fantasie van een kind. Het moedigt hem of haar aan om beelden bij een verhaal te verzinnen, zich de personages voor te stellen en – wie weet – ook verder te fantaseren. De illustraties in een boek kunnen ook dat effect hebben. Vergeet dus zeker niet om de prenten te tonen als je voorleest aan kinderen en laat hen er goed en aandachtig naar kijken. De illustraties vormen vaak een essentieel onderdeel van het verhaal en kunnen de creativiteit stimuleren. Het is leuk om ter afwisseling eens een kamishibai – een Japans verteltheatertje – te gebruiken tijdens het voorlezen. In heel wat bibs kan je zo’n theater én een heleboel mooie verhalen lenen. En denk eraan: ook oudere kinderen houden vaak nog van prentenboeken en geïllustreerde boeken. Geef die dus zeker een plek in je aanbod.

5. Leesplezier doorgeven

Voorlezen – in welke taal dan ook – is een uitstekende manier om leesplezier door te geven aan een kind. Als een kind goede herinneringen aan voorleesmomenten koppelt, is de kans groter dat het ook later het plezier van lezen en voorlezen ontdekt. Bovendien ben je als voorlezer een rolmodel voor een kind: als ze zien dat jij van voorlezen en lezen geniet, is de kans groot dat ze dat enthousiasme overnemen. Dat geldt zowel thuis als in de kinderopvang en op school. Het belang van een (voor)lezend rolmodel mag niet onderschat worden.

6. Ook in andere talen

Heb je veel kinderen met een andere thuistaal in je klas? Probeer dan eens prentenboeken of verhalen in hun eigen taal te zoeken. In de bib hebben ze vaak een meertalig aanbod, of je kan ook ouders aanspreken met die vraag. Je kan eventueel ook een ouder vragen om in een andere taal te komen voorlezen. Het is fijn voor een kind als de thuistaal op die manier ook een plaats krijgt op school. En voor de andere kinderen is een kennismaking met andere talen en culturen ook verrijkend.

Blijf zeker ook voorlezen wanneer een kind zelf al kan lezen. Voorlezen blijft immers een uitstekende manier om aan leesmotivatie en leesplezier te werken.

7. Ook voor oudere kinderen

Blijf zeker ook voorlezen wanneer een kind zelf al kan lezen. Voorlezen zorgt namelijk voor continuïteit in de literaire ontwikkeling en blijft een uitstekende manier om – ook bij oudere kinderen en zéker bij moeilijke lezers – aan leesmotivatie te werken. Je kan bij oudere kinderen voorlezen ook perfect als teaser inzetten: lees het eerste hoofdstuk voor en stop bij een cliffhanger. Om het vervolg te kennen, zullen ze zelf even verder moeten lezen…

Over de Voorleesweek

Fons7_p28_Iedereen Leest affiche VoorleesweekElke dag voorlezen loont, dat is wel duidelijk. Maar natuurlijk is het leuk om tijdens de jaarlijkse Voorleesweek van Iedereen Leest nog een extra inspanning te doen! Dit jaar focust de Voorleesweek (van 17 tot 25 november) op vroeg beginnen, dus denk eraan om ook de kleuterschool te betrekken bij je initiatieven. Een voorleesslinger, een voorleesmoment door ouders, bekende gezichten of de directeur: het kan allemaal!

Wie voorleest, kan zich registreren voor de voorleesteller op www.voorleesweek.be. Je maakt dan kans op één van de prachtige boekenpakketten. Zou dat geen mooi cadeau zijn voor de klasbib?

Dit is een aangepaste versie van het artikel ‘De vele voordelen van voorlezen’ van Tine Kuypers (communicatiemedewerker bij Iedereen Leest), dat verscheen in Fons 7 (en eerder ook al op de website van Iedereen Leest). Zin om het volledige artikel te lezen? Je vindt het hier. Veel leesplezier!

 

 

Fons 7 is er!

De herfstvakantie is achter de rug, de sprint naar het einde van het eerste trimester kan dus beginnen! Nu de dagen steeds kouder en donkerder worden, wilden we je alvast het nodige leesvoer geven om de komende winteravonden te overbruggen. Het zevende nummer van Fons heeft als centrale thema meertaligheid meegekregen: we presenteren je de recentste cijfers als het over meertaligheid en onderwijs gaat, geven een aantal boeiende leestips, vertellen je meer over de digitale vertelkiosk van Foyer en maken je warm voor functioneel meertalig leren in de klas.

CoverFons7

Maar zoals je dat van ons gewoon bent, is er uiteraard ook veel meer. Dit keer krijg je ook inspiratie en praktische tips om je lessen schrijfvaardigheid of poëzie in de klas aan te pakken, kijken we naar taalontwikkeling bij peuters en woordenschatverwerving bij anderstalige nieuwkomers, en laten we leerlingen zelf hun eigen handleiding maken.

In Fons 7 trekken we ook vol de kaart van de vakliteratuur, met een heus ABC van boeken en blogs waar je als taalleerkracht van zal smullen. Toch eerder digitaal aangelegd? Dan vind je in De 10 een mooi overzicht van 10 websites die elke leraar Nederlands in het secundair onderwijs moet kennen. Ook onze andere rubrieken zijn weer van de partij: je komt te weten wat andere leraren Nederlands op hun nachtkastje hebben liggen, en in Aan de slag met… vroegen we jou dit keer wat je met een bal zou kunnen aanvangen. Heel veel, zo blijkt!

Tot slot vertellen we je in dit nieuwe nummer ook meer over de grote plannen die we met Fons hebben voor de toekomst. We willen immers een stap vooruit zetten, en verder gaan dan het tijdschrift zoals het nu bestaat. Benieuwd? Lees dan zeker ons nieuwe nummer! Het belandt vanaf vandaag bij jou op de mat of op school, en je kunt het digitaal ook hier raadplegen én downloaden. Nog geen abonnee? Dan kun je je hier gratis aanmelden. Veel leesplezier!

Fons7_p28_Iedereen Leest 1 (c) Michiel Devijver
(C) Michiel Devijver | Iedereen Leest

‘Aandacht voor taal is een zaak voor elk schoolvak, niet enkel voor de leraar Nederlands’

Fons kroop in de pen! Onderstaand opiniestuk verscheen op de website van Knack

‘Leraren Nederlands hoeven zich niet bedreigd te voelen’, schrijven Steven Delarue en Heleen Rijckaert, hoofdredacteurs van Fons. ‘Flexibiliteit en openheid geeft hen net kansen om buiten de grenzen van het vak te treden. Aandacht voor taal in alle schoolvakken levert voor iedereen voordelen op’, menen ze.

Nog één week voor het nieuwe schooljaar van start gaat, en dan raakt alles wat enigszins met onderwijs te maken heeft nog nét dat tikkeltje makkelijker op de voorpagina. Afgelopen maandag ging het vooraan in De Morgen over de nieuwe plannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen om bij de start van de nieuwe eindtermen in september 2019 ook een nieuw vak in te voeren. Het vak ‘Mens en samenleving’ zou inzetten op een brede waaier aan vaardigheden en domeinen: van mediawijsheid en ondernemingszin tot burgerschap en financiële competenties.

Daar focuste het artikel echter niet op, en ook de discussies die spontaan losbarstten op Twitter en Facebook gingen daar niet over. Dat het vak Nederlands het slachtoffer zou worden van dat gloednieuwe schoolvak en van vijf lesuren zou worden gereduceerd tot vier, dat was wel perfect voor de kop. Vanuit de politiek werd ook afkeurend gereageerd: N-VA deed de plannen af als “een besparing op Nederlands” en een slecht signaal nu uit verschillende hoeken gesignaleerd wordt dat het met de lees- en schrijfvaardigheid van jongeren niet goed gesteld is.

Maar eigenlijk doet zo’n discussie over hoeveel uren het vak Nederlands in het lessenrooster kan innemen afbreuk aan de cruciale rol die taal speelt in álle schoolvakken. De nieuwe eindtermen voor de eerste graad secundair onderwijs, die onlangs werden goedgekeurd en vanaf het schooljaar 2019-2020 ingaan, zijn algemeen en los van een specifiek vak geformuleerd. Daardoor creëren ze voor het eerst de openheid om buiten dat sterk verkavelde vakkenlandschap te breken.

Het zijn ambitieuze en eigentijdse eindtermen, die leerkrachten uitdagen om samen te werken en te experimenteren. Zo kan een leraar Nederlands bijvoorbeeld een vakoverschrijdend project opzetten met de collega van pakweg geschiedenis of elektriciteit, of kunnen leraren samen voor de klas gaan staan om te co-teachen, zoals dat heet. Of waarom niet meteen de vakkenstructuur volledig doorbreken en de leerlingen in kortere projecten of modules laten werken, waarin ze de leerstof van verschillende vakken tegelijk en geïntegreerd aanpakken?

Verschillende scholen zijn dergelijke innovatieve aanpakken en manieren van organisatie aan het verkennen – vorige week kwamen er in Knack trouwens een aantal van die vernieuwende scholen aan bod – en krijgen vanuit de nieuwe eindtermen nu ook expliciet de kans om daar nog verder in te gaan. Scholen en leerkrachten mogen echter niet bang zijn om die flexibiliteit te benutten en de kansen die er nu zijn ook daadwerkelijk te grijpen.

Fons6_p4-9_IMG_4726_web (c) Michiel Devijver
© Michiel Devijver voor Iedereen Leest

Zeker leraren Nederlands hoeven zich door dit alles niet bedreigd te voelen: die grotere flexibiliteit en openheid geeft hen net de kans om buiten de grenzen van het vak Nederlands te breken, en samen met het volledige schoolteam op zoek te gaan naar een goede aanpak voor de uitdagingen die er zijn – niet alleen rond lees- en schrijfvaardigheid, maar evengoed rond zaken als woordenschat en spreekvaardigheid. Noch vier uur, noch vijf uur per week is voldoende om dat allemaal in één vak aan te pakken, maar het punt is net dat dat ook helemaal niet hoeft.

Een tekst lezen en daaruit afleiden wat het doel ervan is, dat kan evengoed in de les geschiedenis. Lessen biologie lenen zich er dan weer perfect voor om leerlingen informatieve teksten te laten lezen en hun er de hoofdgedachte uit te laten halen. Zo zijn practicumverslagen in de lessen fysica en chemie een uitstekende oefeningen op schrijfvaardigheid, en is het lezen van instructies of veiligheidsvoorschriften vaste prik in de lessen techniek of elektriciteit.

Op die manier wordt aandacht voor taal een zaak van élk schoolvak, en niet enkel de verantwoordelijkheid van de leraar Nederlands. Dat levert voor iedereen voordelen op: leerlingen krijgen veel meer oefenkansen, terwijl leerkrachten meer kunnen samenwerken en van elkaar kunnen leren. Ze kunnen ook samen opdrachten en taken ontwikkelen die leerlingen op meerdere vaardigheden tegelijk evalueren. Uiteraard blijft de leraar Nederlands de expert, en kan van andere leerkrachten niet zomaar verwacht worden dat ze voldoende onderlegd zijn om zelfstandig de taalvaardigheid van leerlingen te evalueren en te scoren, maar net daarom is samenwerking tussen leraren zo cruciaal.

De leraar Nederlands krijgt op die manier ook weer de handen vrij om bezig te zijn met die delen van het schoolvak Nederlands die nu nog vaak te weinig aandacht krijgen: van inzetten op leesplezier tot nadenken over activerende en motiverende manieren om leerlingen spelling- en grammaticaregels aan te leren. Zo krijg je enthousiaste leerlingen én minder gemor en frustraties in de gemiddelde leraarskamer.

 

Fons 6: een themanummer over leesvaardigheid, leesplezier en leescultuur

Fons6_coverEen tijdje terug verscheen het PIRLS-onderzoek, dat alarmerende cijfers liet zien op het gebied van leesvaardigheid en leescultuur van onze Vlaamse jongeren. In tal van krantenartikels en opiniebijdragen werd aan de noodrem getrokken: het leesonderwijs moest maar eens op de schop, want de slinger zou te ver richting leesplezier zijn doorgeslagen. Maar staan leesplezier en leesvaardigheid dan haaks op elkaar? En hoe zit het eigenlijk met de leesvaardigheid bij kinderen en jongeren? Hoe doen andere scholen het? En wat zegt het onderzoek daarover? Vragen genoeg, en daarom is het zesde nummer van Fons, dat dezer dagen in uw bus of bij u in de leraarskamer belandt, een speciaal themanummer, dat bijna volledig is gewijd aan lezen.

Nog geen papieren exemplaar in handen gekregen? Dan kunt u alvast uw leeshonger stillen met een digitaal exemplaar, dat hier kan worden gedownload. Geniet van bijdragen over leesplezier, duurzaam leesbeleid op school, recent onderzoek naar (voor)leesgedrag en redenen waarom we lezen, de ‘Samen lezen’-methodiek en leesgroepen op school.

Maar in dit zesde nummer komen ook nog andere onderwerpen aan bod. Zo kunt u bijvoorbeeld ook kennismaken met een aantal werk- en spelvormen om taal te stimuleren bij anderstalige kleuters, krijgt u tips om peerfeedback bij leerlingen te versterken, en maakt u kennis met de MOOC Middelnederlands. In onze rubriek ‘De 10’ zetten we dan weer tien inzichten rond meertaligheid en taalverwerving op een rijtje, in ‘Aan de slag met…’ staat het kaartspel centraal, en er is de langverwachte terugkeer van ‘Op het nachtkastje van’, waarin leerkrachten hun leestips meegeven. Veel om te ontdekken, om door geïnspireerd te raken en om met collega’s te bespreken.

En mocht het u ervan overtuigen zelf eens iets voor Fons te schrijven… laat het ons dan zeker weten! We zijn intussen al volop bezig met de voorbereidingen voor nummer 7, dat in het najaar van 2018 verschijnt. Veel leesplezier!

Kleuteronderwijs, graphic novels en veel meer: le nouveau Fons est arrivé!

Fons5_coverHet wordt stilaan opnieuw winter, en dat betekent niet alleen regenachtige dagen, maar ook een nieuw nummer van Fons. Nummer 5 is net verschenen, en bevat dossiers rond kleuteronderwijs en de graphic novel. We gaan ook aan de slag met Lego in het beroepsonderwijs, verkennen de mogelijkheden van de kamishibai, initiëren avontuurlijk leesonderwijs en geven tips rond differentiatie en vakoverschrijdende projecten. Voor elk wat wils dus! Je kunt Fons 5 hier digitaal lezen en downloaden (als je een account aanmaakt op Issuu). Meteen wat leesvoer voor die koude winteravonden.

Fons 4 is er!

screenshot_cover_Fons4Sinds deze week hebben we er weer een nieuwe telg bij in de steeds groter wordende Fonsfamilie. In Fons 4 gaan we aan de slag met poëzie, geven we tips om rond taalbeleid te werken op je school, staan we stil bij de Jeugdboekenmaand en spelen we talige gezelschapsspelletjes. Voor elk wat wils dus!

Fons digitaal lezen?

Wil je Fons 4 graag digitaal lezen, dan hoef je geen seconde langer te wachten: je vindt het nieuwste nummer hier terug – perfect voor op je tablet of computer. Als je inlogt op Issuu (een account aanmaken is kinderspel), dan kun je het nummer ook downloaden en zo op je computer bewaren. Handig voor later!

Fons op papier lezen?

Sta je in een Vlaamse basis- of secundaire school, dan vind je Fons normaal bij jou op het secretariaat of in de leraarskamer terug: elke school ontvangt een aantal exemplaren. Is dat toch niet het geval, neem dan contact op met uitgeverij Die Keure. Wie niet in het onderwijs staat of in een Nederlandse school werkt, is aangewezen op de digitale versie (zie hierboven). Leraren Nederlands in opleiding kunnen in verschillende Vlaamse hogescholen en universiteiten een papieren exemplaar van Fons krijgen via hun lesgevers.

28/1 – Debattoernooi in Brugge

Debatonderwijs: in het derde nummer van Fons hadden we er eind vorig jaar een intrigerende bijdrage over. Bent u dankzij dat artikel helemaal overtuigd van debatteren in de klas? Dan bent u misschien geïnteresseerd om deel te nemen aan een debattoernooi dat binnenkort door de vzw De DebatUnie georganiseerd wordt in het Koninklijk Atheneum Brugge Centrum, op zaterdag 28 januari 2017! Inschrijven kan via de website http://beneluxcompetitie.nl/home. Momenteel zijn er 5 Nederlandse en 3 Vlaamse scholen ingeschreven, en daar kunnen dus zeker nog enkele Vlaamse scholen bij. Wie geïnteresseerd is maar nog over enige watervrees beschikt: Dicky Antoine en Dick Lierman van de DebatUnie zijn bereid om beginnende docenten met interesse voor debatteren in de klas bij te staan, en beschikken intussen over ruime ervaring op dat gebied.

 

Voor de liefhebbers van historische letterkunde: een studiedag en een rederijkersfeest

In de mailbox van Fons kregen we de afgelopen week twee aankondigingen binnen, die laten vermoeden dat de historische literatuur dezer dagen hoogtij viert binnen het schoolvak Nederlands.

Zo organiseert de sectie Nederlandse Letterkunde van de Universiteit Gent op 5, 19 en 26 oktober 2016 (telkens van 14 tot 17 uur) een nascholingscyclus historische Nederlandse letterkunde, onder de titel Van perkament tot PowerPoint. Leerkrachten uit de tweede en derde graad – van Nederlands tot geschiedenis, en van godsdienst tot cultuur- en gedragswetenschappen – kunnen er ideeën opdoen voor lessen over middeleeuwse literatuur en cultuur. Inschrijven kan via deze website, waar ook het programma terug te vinden is.

poster-nascholing2-1

Wie tussendoor ook nog wel wat middeleeuws lekkers wil, komt op woensdag 12 oktober aan zijn trekken. Dan organiseert de Davidsfonds Academie in Mechelen een heus Feest in de rederijkerskamer, in het kader van de Week van het Nederlands. Zoals dat ook bij de rederijkers het geval was, is er ruimte voor ‘retoriek’ (in de vorm van lezingen), poëzie en theater. En een hapje en een drankje, dat spreekt. Op het programma staan onder meer drie korte lezingen over het ontstaan van het Nederlands (Kevin De Coninck), de uitspraak (Marc van Oostendorp en Peter Alexander Kerkhof) en de spelling (Rik Schutz). Wie dat wil, kan daarnaast ook de try-out bijwonen van De zonder zon zon, met Jaak Van Assche en Zouzou Ben Chikha, ingeleid door auteur Pieter De Buysser. Is uw innerlijke rederijker al geprikkeld? Dan vindt u hier meer informatie.

 

 

 

Update: Fons 3, enkele nieuwe rubrieken en nieuwigheden op de website

Het is zomervakantie, en dat betekent niet alleen uitblazen van een goedgevuld schooljaar, maar ook alvast even vooruitkijken naar wat komen gaat. Voor Fons is het alvast een mooi jaar geweest, met het verschijnen van de eerste twee nummers, over literatuuronderwijs en differentiatie. In november rolt het derde nummer van de persen, en dat krijgt als centrale thema Vaardigheden mee. Er is echter – zoals steeds – ook veel ruimte voor artikelen over het onderwijs Nederlands in de ruimste zin van het woord: van kleuter- tot hoger onderwijs, van de lerarenopleiding tot de NT2-klas, we kijken uit naar jullie bijdragen!

Gezocht: bijdragen voor Fons 3

Hoe pak jij spreekvaardigheid aan in de klas? Op welke manier(en) evalueer je luistervaardigheid? Heb je onlangs een nieuwe werkvorm uitgeprobeerd en heb je zin om daar wat over te schrijven? We zijn op zoek naar jouw bijdragen! De meeste artikelen in Fons tellen niet meer dan 500 woorden; de drempel is dus echt niet zo hoog. Kruip deze vakantie in je pen, en stuur ons jouw leuke lestip door! 

Ook gezocht: schoolreportages

Daarnaast zetten we in Fons graag scholen in de kijker. In het tweede nummer hadden we bijvoorbeeld een reportage over de leuke manier waarop basisschool De Horizon uit Oudenaarde literatuur aanpakt. Meewerken aan zo’n schoolreportage kost overigens weinig tijd en moeite: lerares Ruth bezorgde ons wat foto’s en uitleg, en na een telefoongesprek wisten we bij Fons genoeg om er een mooie reportage van te maken. Werk je zelf in een school die het onderwijs Nederlands op een verfrissende manier aanpakt? Laat het ons dan weten!

En nog meer gezocht: wat ligt er op je nachtkastje?

In het derde nummer van Fons starten we met een gloednieuwe rubriek: Op het nachtkastje van. Welke boeken ben jij momenteel aan het lezen, en wat vind je ervan? Welke boeken, fictie of non-fictie, moét elke taalleerkracht volgens jou gelezen hebben? Laat ons weten wat je nu aan het lezen bent of welke boeken een onuitwisbare indruk op je hebben nagelaten!

Wat doe jij met Legoblokjes in de les Nederlands?

Gisteren lanceerden we een gloednieuwe reeks op onze Facebookpagina: wat zou jij in de les Nederlands doen met…? Dit keer gooiden we een set Legoblokjes de klas in – let op dat je er niet op trapt! – en op onze Fons-pagina werd alvast massaal gereageerd. Laat ook jouw idee horen! Je vindt de oproep ook in verschillende andere Facebookgroepen voor leraren Nederlands. De leukste antwoorden publiceren we in ons volgende nummer.

Nieuw: thematische lijst van artikelen, en losse artikelen downloaden

Sinds vandaag kun je op onze website, www.tijdschriftfons.be, de artikelen uit onze eerste twee nummers los bekijken en downloaden. Bovendien vind je nu ook een thematische lijst met bijdragen op onze site. Op zoek naar een interessant interview, leuke werkvormen of een intrigerende column? Je vindt ze allemaal op onze website!

Neem contact met ons op!

Vragen of opmerkingen? Wil je met ons een idee voor een bijdrage bespreken, of meteen een artikel doorsturen? Mail ons dan op redactie@tijdschriftfons.be. Alle informatie voor auteurs vind je hier. Wil je zelf graag Fons op papier ontvangen? Hier vind je alle info.